“Mijn deur staat altijd open.” 
Een zin die veel managers met de beste intenties uitspreken. En toch voelen medewerkers zich lang niet altijd gehoord. 

Gehoord worden gaat namelijk niet over beschikbaarheid, maar over aandacht. Over wat er gebeurt nadat iemand iets deelt. 

In veel organisaties wordt er wel geluisterd, maar niet altijd gehoord. Ideeën worden aangehoord, maar verdwijnen in een la. Feedback wordt gevraagd, maar leidt niet tot verandering. En juist dat maakt het verschil. 

Voor medewerkers is gehoord worden geen abstract gevoel. Het is heel concreet. Wordt mijn input serieus genomen? Mag ik kritisch zijn zonder gevolgen? Zie ik iets terug van wat ik heb aangegeven? 

Wanneer dat antwoord te vaak ‘nee’ is, ontstaat afstand. Niet ineens, maar langzaam. Medewerkers trekken zich terug, delen minder en doen vooral wat er van hen verwacht wordt. Ze blijven misschien nog wel, maar de verbinding wordt dunner. 

Wat vaak vergeten wordt: gehoord worden betekent niet dat je altijd gelijk krijgt. Het betekent dat er erkenning is. Dat iemand terugkoppelt waarom iets wel of niet gebeurt. Dat feedback niet verdwijnt in stilte. 

Juist rond deze tijd van het jaar, wanneer reflectie vanzelf ontstaat,is dit een belangrijk thema. Medewerkers denken na: word ik hier serieus genomen? Heb ik invloed? 

Werkgevers die dat gesprek durven aangaan, bouwen vertrouwen. Niet door alles op te lossen, maar door transparant te zijn. Door te laten zien dat luisteren geen formaliteit is, maar een onderdeel van de cultuur. 

Kleine acties maken hier een groot verschil. Een follow-up na een gesprek. Een update over een idee dat is ingebracht. Een manager die zegt: “Ik heb erover nagedacht.” 

Dat voelt als aandacht. Als respect. 

In een arbeidsmarkt waar mensen steeds bewuster kiezen waar ze hun tijd en energie aan geven, is gehoord worden geen luxe meer. Het is een basisvoorwaarde voor betrokkenheid. 

En misschien wel de meest onderschatte vorm van employer love.